Biografie Afdrukken E-mail

Algemene inleiding

Coen Ruivenkamp groeide op in een muzikaal milieu: zijn vader was operadirigent. Thuis draaide alles om muziek. Zijn interesse voor muziek werd dan ook jong gewekt. Al snel begon hij met piano- en orgellessen. Als jongvolwassene was hij als repetitor verbonden aan enkele operagezelschappen van zijn vader, te weten de "Haagse Volks Opera", de "Bredase Opera" en de "Bossche Opera". Bij deze gezelschappen deed hij ruime ervaring op in koordirectie en pianobegeleiding.
Naast operamuziek, ontwikkelde Coen al op jonge leeftijd een grote belangstelling voor kerk- en oratoriummuziek en piano-/orgelliteratuur. Zijn eerste kerkmis, waarbij hij het orgel bespeelde, was op 8-jarige leeftijd. Zijn fascinatie voor orgel en piano leidde tot een muziekstudie op het conservatorium, waar hij tevens geïnteresseerd raakte in koor- en orkestdirectie.